AOS Symposium 'Weet wat je doet, bij onverklaarde klachten'

Zaterdag 25 juni 2011, Leerhotel Het Klooster, Daam Fockemalaan 10, 3818 KG Amersfoort

Sprekers ochtend programma:

Els Anthonissen, in 1981 afgestudeerd als psychomotore therapeut (PMT) aan de K.U. Leuven, sinds 1995 in dienst bij het Centrum voor Angst en Dwang te Venray, met als taak de adem en ontspanningstherapie op te zetten. Zij startte met de leergang AOT in 1995. In 2003 startte zij de opleiding tot docent AOT en een eigen praktijk voor AOT. Een invoerprogramma voor AOT op de PC werd ontwikkeld waarmee consequent veel gegevens werden vastgelegd. Op grond van deze behandelgegevens is een onderzoek gedaan door een dotoraal student Bewegingswetenschappen aan de VU (begeleid door R Bosscher en J van Dixhoorn), die daar later van de Vereniging voor PMT de Klaas van Roozendaal prijs voor ontving. In een later onderzoek werd op basis van haar gegevens de relatie tussen MARM en subscores van de NVL onderzocht door een Australische onderzoekster, R Courtney, waar inmiddels een publicatie in het Journal of Astma over is verschenen.

Dr RJ Bosscher, universitair hoofddocent aan de Fac. Bewegingswetenschappen van de VU en lector Bewegen, Gezondheid en Welzijn aan de Hogeschool Windesheim te Zwolle. Promoveerde in 1994 op het effect van running therapie bij depressie. Begeleidde tot op heden drie doctoraal studenten van de VU met onderzoek naar AOT gegevens. Een onderzoek in de praktijk van Els Anthonissen, en twee studenten die de structuur, betrouwbaarheid en validiteit van de ATL onderzochten.

Dr JJ van Dixhoorn, arts en opleider. Grondlegger van de AOT. Schreef samen met Bram Balfoort 'Ademen wij vanzelf?' in 1979. Promoveerde in 1991 op een gerandomiseerd interventie onderzoek van AOT, toegevoegd aan een inspanningsprogramma in de hartrevalidatie. Schreef daarna het handboek 'Ontspanningsinstructie', Elsevier, 1998, dat de basis werd voor een driejarige opleiding. Sinds 1999 is een Raad van Advies actief die toeziet op het certificaat AOT. Richtte samen met zijn vrouw Irmgard van Dixhoorn in 2002 de AOS op en startte in 2006 het resultaten project.

Opening: de rol van spanning bij onverklaarde klachten
De normale aanpak van mensen die met klachten een hulpverlener bezoeken is om de klachten te specificeren en te zoeken naar oorzakelijke omstandigheden en daarop de behandeling te richten. Klachten die op die manier geen duidelijke oorzakelijke achtergrond hebben zijn 'onverklaard' en het is dan onduidelijk waarop de behandeling gericht kan worden. De kernvraag vanuit de AOT is: welk aandeel heeft onnodige ('dysfunctionele') gespannenheid in de klachten. Dit wordt al behandelend onderzocht door te trachten de gespannenheid te beïnvloeden en toegankelijk voor zelfregulatie te laten worden. Indien dit lukt en de klachten reageren, dan kunnen we achteraf vaststellen dat gespannenheid een etiologische rol speelde. Een praktijkvoorbeeld laat dit zien. Deze 'procesmatige' aanpak veronderstelt wel een strenge en systematische evaluatie van de gespannenheid en de klachten. Daartoe zijn evaluatie middelen in gebruik, waarvan een aantal besproken worden.

Evaluatiemiddelen in de praktijk
De Vragenlijst ATL (Algemene Toestand)
Deze vragenlijst werd in 2006 door van Dixhoorn ontworpen om naast de NVL te gebruiken die vooral angst en benauwdheid meet. De vragen gaan over vermoeidheid, slapen, onrust en concentratie. De structuur van de lijst is onderzocht, evenals de betrouwbaarheid en de validiteit. Wanneer is de score verhoogd? Wanneer is er een voldoende daling om van een effect te spreken? Voor welke subcategorie van de klachtgroepen is de ATL vooral geschikt om de uitkomst te evalueren?

De Nijmeegse vragenlijst (NVL) en de Notatie Adembereik (MARM)
De NVL is een veel gebruikt meetinstrument, nationaal en internationaal. Het is ontworpen in 1980 (Colla, Van Doorn, Folgering) om hyperventilatieklachten te meten en is gevalideerd t.o.v. de hyperventilatie provocatietest. Aangezien het begrip 'hyperventilatiesyndroom' is verlaten wordt de vraag wat de NVL precies meet en bij welke waarde de score verhoogd is. Wij vatten het nu op als een manier om een bepaald patroon van spanningsgebonden / onverklaarde klachten vast te stellen, en de respons op behandeling te evalueren. Als zodanig functioneert de NVL goed, zoals de resultaten laten zien, maar het heeft dus geen diagnostische meetpretentie!
De Notatie Adembereik of MARM (Manual Assessment of Respiratory Movement) is een oude techniek uit de AOT (sinds 1982!) maar een inmiddels (in 2008) gevalideerde en betrouwbare manier om de verdeling van de adembeweging over de romp te beoordelen en te kwantificeren. Het is een goede manier om lichamelijke gespannenheid te objectiveren.

Welke klachten reageren goed op AOT
In 2006 werd het Resultatenproject gelanceerd, waar geregistreerde AOT 'ers hun behandelgegevens kunnen invoeren via het internet. De vraagstelling is: voor welke klachten is AOT een voldoende behandelwijze? De klachten zijn voornamelijk 'spanningsgebonden en/of onverklaard' en worden gegroepeerd in vier hoofdcategorieën: 1) bij patiënten met medische aandoeningen, 2) bij patiënten met psychische aandoeningen, ) bij patiënten met functionele problemen van het adem- en bewegingsapparaat, en 4) bij patiënten zonder een van deze nevendiagnosen. Gedurende een bepaald periode worden alle patiënten opgenomen bij wie de behandeling hoofdzakelijk uit AOT bestaat. Aantal sessies, vragenlijsten voor en na, effect op de klachten en eventuele medebehandeling worden vastgelegd. Ook zijn de items van de ATL voor en na opgenomen. Tot en met 2010 zijn bijna 3000 patiënten ingevoerd. Van de vier hoofdcategorieën en hun bijhorende subcategorieën worden de uitkomsten gepresenteerd. Hoeveel procent van de patiënten per subcategorie had voldoende baat bij AOT? Bij hoeveel waren er beperkende voorwaarden die een goed resultaat verhinderden? Komen deze uitkomsten overeen met wat uit de literatuur bekend is, of zijn er onverwacht gunstige of ongunstige uitkomsten?

Onderzoek in de AOT praktijk
In de particuliere praktijk van Els Anthonissen worden de voortgang en uitkomsten van de behandelingen met AOT goed bijgehouden door middel van een zelf ontworpen software programma. Ze legt uit hoe ze hiertoe is gekomen, wat precies en op welk moment wordt vastgelegd en tot welke verrassende stappen dit heeft geleid. Zo heeft een doctoraal student van de VU de effectiviteit onderzocht bij diverse subcategorieën van klachten: spanning, hyperventilatie, angst, slaapproblemen en hoofdpijn. Haar hypothese dat een gespannen (hoog thoracale) adembeweging, vastgesteld met de MARM, specifiek samenhing met de dyspnoe vragen van de NVL is onderzocht door J van Dixhoorn en R Courtney, en de uitkomsten zullen gepresenteerd worden.


AOS Symposium | Ochtendprogramma | Workshops | Aanmelding

klik hier om deze pagina te printen